Progressief Nederland ontwijkt keuze (aug 2026).
Progressief Nederland moet in september kiezen bij welke fractie het zich zal aansluiten in het Europese Parlement. Bij de Partij van Europese
Socialisten (PES) of bij de Europese Groene Partij (EGP). Er zitten nu vier leden bij de PES en vier leden bij de EGP.
Er moet een besluit komen. Een aantal PvdA-ers (o.a. Lodewijk Asscher, Job Cohen, Diederik Samson en Mariëtte Hamer) gaf een schot voor de
boeg in een interne brief aan het bestuur. Zij pleiten voor aansluiting bij de PES. In de NRC van dit weekend staat een flink artikel over de
kwestie en daarin lezen we dat dat de GroenLinksers niet lekker zit. “Zij hebben het idee dat hun partij de rode familie in wordt gerommeld,
met onnodig veel haast”. Er wordt gesproken over Noord-Koreaanse uitslag bij het volgen van stemadviezen.
Op het oprichtingscongres waren verschillende standpunten te horen en ik heb de indruk dat velen, ook ikzelf, niet precies zagen hoe de vork
in de steel zat. De GroenLinksers wilden bij de EGP blijven en de PvdA-ers bij de PES. Het merkwaardige is dat alle acht het eigenlijk redelijk
met elkaar eens zijn.
Een niet-oplossing is dat alle acht hun lidmaatschap van Progressief Nederland opzeggen en zo kunnen blijven zitten waar ze zitten. Maar
daarmee verspelen zij wel hun positie en hun invloed in de respectieve Europese fracties.
Vier – vier.
Ik begrijp dat er een besluit moet komen. En eigenlijk maakt het me niet veel uit wat dat besluit zal zijn. Als we kiezen voor PES of voor de
EGP, inhoudelijk hoeft de inbreng niet veel te verschillen, bij de socialisten zal je wat meer groene invloed hebben, bij de groenen wat meer
sociale invloed; dat is nou juist de kern van het samengaan van GroenLinks en PvdA. Er moeten niet teveel grote woorden vallen: het moet zoals
wij willen! Onthoud: elk nadeel heb zijn voordeel. Bij de PES wordt je acht van de 135 leden, bij de EGP wordt je acht van de 53.
De verhouding vier vier tussen PvdA-ers en GroenLinksers geeft overigens een beetje een vertekend beeld, alsof er een soort gelijk spel zou
zijn. Die verhouding kan getekend zijn door een periode van historisch slechte resultaten van de PvdA. In de gemeente Zwolle was eenzelfde
probleem; GroenLinks was groter dan de PvdA en Groenlinksers meenden dus dat zij recht hadden op hogere plaatsen op de kandidatenlijst.
Het leverde een beetje een onverkwikkelijk debat van “wij tegen zij”. Uiteindelijk viel het mee.
Iets dergelijks tekent zich nu ook bij Europa af. Historisch, en ook op Europese schaal gezien is de invloed van de sociaal-democratie groter dan die van
Groenen of GroenLinks. Op grond daarvan heb ik de neiging om te stemmen op aansluiting bij de Europese Socialisten.
De besluitvorming
De vraag is hoe de discussie en de besluitvorming zal verlopen. Daar maak ik me zorgen over. Een aantal PvdA-ers heeft zich uitgesproken, maar
uit het stuk in de NRC vind ik geen namen van GroenLinksers met een duidelijke mening. Kennelijk kiest men voor anonimiteit. Je vraagt je af,
waarom ben je dan lid van een partij?
Een adviescommissie stelt voorlopig voor om geen keuze te maken en om ieder lid te laten blijven van de fractie van eigen keuze. En dan volgen
er landelijk wat “ledengesprekken”, de nieuwe vorm van geleide democratie die Progressief Nederland ontdekt heeft, waarin alle informatie van
boven naar beneden gaat en waarin alleen ruimte is voor vragen van beneden naar boven.
Ten slotte volgt één of twee weken later het referendum. Degenen die bang zijn dat dan te gemakkelijk zal worden gekozen voor het
bestuursvoorstel, de socialisten, kan ik misschien gerust stellen. Onlangs hoorde ik dat de oude garde van de PvdA op meerdere plaatsen begint
af te haken, dus ook bij een referendum. Dan kan Progressief Nederland gewoon GroenLinks in een nieuw jasje worden.
Maar is dat wenselijk? Dat is de eigenlijke discussie. Willen we de banden met het sociaal-democratische verleden in stand
houden? En waarom moet ik in de krant lezen over de brief van de prominente PvdA-ers voor keuze van de socialistische fractie? Moet
de adviescommissie van Hamer en van Dijk die niet breder in de partij verspreiden? De keuze moet niet in de moderne
besluitvormingsmachine (ledengesprekken, referendum) van Nel van Dijk in een paar weken er doorheen gejast worden. In haar CPN werd onderlinge
discussie vroeger ook niet getolereerd en gingen besluiten van boven naar beneden via de districtssecretarissen.
.